Vervolg verhoren BPOC – Transcriptie 8 Politie Verklaringen

Gespiegeld van Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie.

Transcriptie 8, Februari 2021:

Mijn naam is… Ik werk sinds 2012 bij de politie, en ben nu agent. Het werk heeft voor mij elke glans verloren. Ik ging altijd met veel plezier aan ’t werk. Zoals veel politiemensen ben ik bij de politie gegaan om mensen te helpen, en de maatschappij veilig te houden. Dat doe je natuurlijk niet alleen: de collega’s spelen daar een onmisbare rol in. Je moet kunnen rekenen op je collega’s, zeker wanneer je in een potentieel gevaarlijke en/of onzekere situatie komt. Dan gaat het er niet alleen om dat je elkaar beschermt, maar misschien nog wel meer dat je als team zorgt dat situaties niet escaleren. Sinds een jaar kan ik daar echter niet meer op rekenen.

Escalatie is meer regel dan uitzondering geworden. Ik moet helaas zeggen dat dit in verreweg de meeste gevallen aan ons ligt, en niet aan de burgers. Ik probeer zelf nog steeds om onrustige en/of bedreigende situaties te de-escaleren. Dat leren we trouwens ook in de opleiding. Maar ik kan er niet meer op rekenen dat collega’s dat ook doen. Dat betekent dat er situaties zijn dat mijn collega tegengesteld aan mij werkt: hij escaleert de situatie, ik probeer te de-escaleren. Dat is gevaarlijk.

Laatst spraken we 4 jongeren tussen de 18 en 22 jaar aan, die na 21:00 uur op straat waren. Zij stonden onder een brug te roken en muziek te draaien. Toen we ter plaatse kwamen was de situatie rustig: de jongeren legitimeerde zich op ons verzoek. Mijn collega deelde mede dat hij de jongeren ging bekeuren voor overtreden van de avondklok. Een van hen vroeg zoiets als: ‘moet dat nou? Ben je niet liever thuis dan om niets bekeuringen uit te delen? Laat ons toch, we doen niemand kwaad’. De regel is dan om geen opmerkingen te maken die de persoon aanleiding geven door te een discussie te starten die uit de hand kan lopen. Mijn collega ging echter neus aan neus met hem staan en vroeg: ‘wat zei je?’ Ik schrok, want dit druist tegen alles in wat we geleerd hebben. De jongen herhaalde zijn opmerking, waarop mijn collega onmiddellijk zei dat de jongen was aangehouden. Hij maakte ook direct fysiek contact door hem bij de bovenarm te pakken. Onmiddellijk rukte de jongen zich los, en gingen de anderen zich ermee bemoeien. Het draaide erop uit dat we assistentie van collega’s hebben gevraagd. Die kwamen ter plaatse, waarop de situatie totaal uit de hand liep. De mate van geweld die mijn collega’s gebruikte was disproportioneel. De jongens werden tegen de grond gewerkt, en met veel kabaal en geweld geboeid. Een van hen had een grote wond op zijn wang en kin, omdat zijn hoofd tegen de grond werd gedrukt. Hij schreeuwde dat hij pijn had. De collega antwoordde dat hij dan maar moest zorgen dat hij de volgende dag “voor 2100 uur met zijn gore reet thuis zat, i.p.v. als een klotewappie buiten rond te hangen met die teringmuziek”. Terug op het bureau werd ik er op aangesproken dat ik mij teveel afzijdig had gehouden. “Je moet erop rammen wanneer ze een grote bek hebben”, zei mijn collega met wie ik in eerste aanleg de jongeren had aangesproken. Hij vroeg me of ik soms sympathie met die wappies had, of er zelf ook zo een was.

Soortgelijke situaties komen elke dag voor. Voor mij is het niet werkbaar meer, het is niet vol te houden, en kost me tonnen met stress. Het huilen staat me vaak nader dan het lachen, letterlijk. Die jongeren die ik net noemde hingen gewoon wat rond. Mijn collega liet de zaak opzettelijk uit de hand lopen, zodat hij “op kon treden” zoals hij dat altijd noemt. Mijn thuissituatie wordt er ook niet beter op: ik heb nul geduld met mijn puberkinderen, en maak ruzie om niets met mijn vrouw. Ik heb nachtmerries van het werk, letterlijk, en slaap op de bank omdat ik steeds wakker word en mijn vrouw daarom ook niet meer aan haar nachtrust toekomt. Mijn huwelijk staat op klappen.

Maart 2021: Na overleg met de BPOC2020 blijf ik anoniem om veiligheidsredenen.

*Deze verklaring is op schrift gesteld aan de hand van het mondelinge verhoor. Omdat gebruik is gemaakt van transcriptiesoftware kan er sprake zijn van taal-en/of spellingsfouten, waarvoor onze excuses. BPOC2020

Bron: https://bpoc2020.nl/verhoren/