Vervolg verhoren BPOC – Transcriptie 11 Politie Verklaringen

Gespiegeld van Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie.

Transcriptie 11, Februari 2021:

Mijn naam is…. Ik ben 9 jaar geleden vol trots bij de politie gaan werken. Politieagent worden was een jongensdroom van me. Ik heb er hard voor gewerkt. Ik leer niet zo makkelijk, maar ik had een sterke motivatie. Mensen helpen, het verkeer veilig houden, samen werken aan een samenleving die vrij en veilig is. Die jongensdroom is een nachtmerrie geworden sinds ik als politieagent achter burgers aan moet zitten die volgens de coronaregels de veiligheid van anderen in gevaar brengen. Overtreders van de mondkapjesplicht en van de avondklok. Vreedzame demonstranten.

De politie is een uitvoerende organisatie. Als agent moet je soms bekeuringen geven voor feiten waarvan je je afvraagt of dat wel zo nodig is. Dat hoort bij het werk. Ook moet je soms mensen aanhouden. Dat gaat soms gepaard met geweld, maar wel gepast geweld. Dat wil zeggen niet meer geweld dan nodig. Daar hielden verreweg de meest collega’s zich aan. Er heeft sinds maart 2020 in hoog tempo een omslag plaatsgevonden. We worden nu geacht continu achter overtreders aan te zitten van regels waar steeds meer burgers niets meer van begrijpen. Dat resulteert in discussies met burgers die al snel uit de hand lopen. En meestal door toedoen van de agenten. Ik zal dat uitleggen.

Als agent zijn wij opgeleid om te zorgen dat zaken niet escaleren. Wanneer iemand met je in discussie gaat, ben je getraind om zo’n discussie niet uit de hand te laten lopen. Maar we hebben nu de opdracht van uit de leiding om de persoon aan te houden wanneer hij of zij bijvoorbeeld na eerste vordering geen identiteitsbewijs laat zien. Voorheen waarschuwden we eerst dat we tot aanhouding zouden overgaan wanneer er niet aan de vordering werd voldaan. In verreweg de meeste gevallen kwam het ID dan alsnog boven water. Ook moeten we nu de minste tegenspraak van een burger als belediging opvatten, en direct de burger aanhouden. En dat voor opmerkingen die vroeger niet eens in de buurt van belediging kwamen. En dan het geweld bij die aanhoudingen.

‘Gepast geweld’ is binnen de organisatie een vies woord geworden. “Anderen in gevaar brengen door geen lap voor je smoel te binden is ook niet gepast”, hoorde ik een collega laatst zeggen. “Dus niet janken wanneer je met blauwe plekken en kneuzingen thuiskomt”. Ik zal een voorbeeld geven:

Op een avond rond 21:30 uur zagen we een jongen en meisje langs de waterkant zitten zoenen. Mijn collega stopte direct de auto. “Godverdomme, die pakken we op”, zei hij tot mijn verbazing over de agressie waarmee hij die woorden uitsprak. Hij was duidelijk woedend. We liepen naar het jonge stel. Zonder begroeting snauwde mijn collega dat ze zich moesten identificeren. De jongen had een ID bij zich, het meisje niet. Volgens zijn ID was de jongen 18, het meisje vertelde 17 te zijn. “Jij krijgt een proces-verbaal voor overtreding van de avondklok”, zei mijn collega tegen de jongen. “En je rot zo snel mogelijk op naar dat vieze kot van je”. Hij overviel me volledig met dit optreden. Daarna keerde hij zich tot het meisje en zei haar dat ze aangehouden was wegens het niet kunnen tonen van haar ID. Ze schrok. Ze zei om de hoekte wonen bij haar ouders, en daar haar ID te gaan halen. Toen ze weg wilde lopen greep mijn collega haar ruw vast, onder het uiten van termen die ik hier niet ga herhalen. Op dat moment vroeg haar vriend of de agent “even normaal” wilde doen. Mijn collega zei hem dat hij nu ook was aangehouden wegens belediging. Met veel geweld pakte hij de jongen vast en dwong hem op de grond. De jongen was sterk, dus ik heb met grote tegenzin geassisteerd, terwijl het meisje stond te huilen. Het was dramatisch. Dit is slechts één van de vele voorbeelden.

Ik verklaar hier duidelijk dat dergelijk optreden vanuit de leiding wordt opgelegd. Direct aanhouden, maximaal geweld, het hoort allemaal bij de intimidatie van de burger die van uit de leiding aan de agenten wordt meegegeven. Ik begrijp dat er onbegrip is bij mensen over het optreden van ME en politie. Het is echter bijna ondoenlijk om je afzijdig te houden in escalerende situaties, ook al escaleren die door ons toedoen. Ik probeer dan altijd de aanhouding zo snel en effectief mogelijk af te ronden. Mijn collega niet assisteren is op zo’n moment niet mogelijk. De collega assisteren en proberen het geweld te minimaliseren is het enige wat ik op dat moment kan doen. Wanneer bekend wordt dat je tegen deze manier van werken bent, word je door de leiding op het matje geroepen. Je bent dan “een gevaar voor je collega’s, omdat ze niet op je kunnen vertrouwen in gespannenen potentieel gevaarlijke situaties”.

Dat wij zo’n situatie gespannen en gevaarlijk hebben gemaakt kan ik niet meer mee omgaan. Zoals gezegd: het is een nachtmerrie voor me. Ik hoop dat ik wakker word, en het inderdaad slechts een boze droom was. Ik wil u danken dat ik mijn verhaal bij u mocht doen. Ik hoop hiermee te helpen een discussie op gang te brengen.

Aanvulling maart 2021: Ik heb mijn toestemming om de beelden van dit verhoor online te zetten voorlopig in te trekken vanwege de bedreigingen tegen verklarende agenten. Zoals meer collega’s die bij de BPOC2020 verklaard hebben, ben ook ik bereid de beelden van mijn verklaring ter beschikking te stellen wanneer er ooit een onafhankelijk onderzoek naar het politieoptreden plaats zal vinden.

*Deze verklaring is op schrift gesteld aan de hand van het mondelinge verhoor. Omdat gebruik is gemaakt van transcriptiesoftware kan er sprake zijn van taal-en/of spellingsfouten, waarvoor onze excuses. BPOC2020

Bron: https://bpoc2020.nl/verhoren/